Handleiding

Bewegingsmelder afstellen: tips en trucs

Na installatie moet je je bewegingsmelder goed afstellen. Met de juiste instellingen voor tijd, gevoeligheid en schemerschakelaar werkt je melder optimaal.

De drie instellingen

Vrijwel elke bewegingsmelder heeft drie instelbare parameters: TIME (tijdsduur), LUX (schemerschakelaar) en SENS (gevoeligheid/bereik). Deze worden ingesteld via draaiknoppen op het apparaat of via een app bij slimme melders.

Tijdsduur (TIME)

Dit bepaalt hoe lang het licht brandt na de laatste detectie. Voor een gang: 1-2 minuten. Voor een oprit: 3-5 minuten. Voor een toilet: 5-10 minuten. Start met een korte tijd en verleng als het te snel uitgaat.

Schemerschakelaar (LUX)

De luxdrempel bepaalt bij welk lichtniveau de melder activeert. Stand "zon" of "dag" = altijd actief. Stand "maan" of "nacht" = alleen in het donker. Voor buitenverlichting kies je een lage lux-waarde zodat het licht alleen 's avonds en 's nachts aangaat.

Gevoeligheid / Bereik (SENS)

Hiermee stel je in hoe ver en hoe gevoelig de melder detecteert. Zet het bereik niet maximaal als je melder naast een stoep of openbare weg hangt — anders activeert het licht bij elke voorbijganger. Bij huisdieren: verlaag de gevoeligheid om vals alarm te voorkomen.

Veelvoorkomende problemen

Licht gaat niet uit: Controleer de TIME-instelling. Bij sommige melders betekent de maximale stand "permanent aan". Melder activeert overdag: Draai de LUX-knop naar een lagere waarde. Melder reageert op katten/vogels: Verlaag de SENS-instelling of monteer de melder hoger.

Meer koopgidsen